Sluizen

De sluizen in het Noordzeekanaal beperken zich niet alleen tot de sluizen bij IJmuiden. Diverse zijkanalen en vaarten hebben ook een sluis, sommige verder van het Noordzeekanaal af gelegen.


Sluizen bij IJmuiden
Historie van het sluizencomplex

De aanleg van het Noordzeekanaal en van het sluizencomplex kent een lange geschiedenis.
Al in 1600 werd gesproken over de doorgraving van de duinen bij ‘Holland op z’n smalst. Doel hiervan was Amsterdam een betere en snellere verbinding met de wereldzeeën te geven. Het duurde tot 1876 voordat het kanaal officieel geopend werd door Koning Willem III. 

Eerst vormden alleen de Kleine en de Zuidersluis de verbinding met de Noordzee. Sindsdien groeiden de schepen en de scheepvaart voortdurend. Om aan die ontwikkeling het hoofd te bieden zijn later de Middensluis (1896) en de Noordersluis (1930) aan het sluizencomplex toegevoegd. Daarnaast is het kanaal in de loop der tijd verschillende malen verbreed en verdiept. Het is nu zo’n 270 meter breed en 15 meter diep. 

Intussen werd het kanaal ook steeds belangrijker voor de waterhuishouding. Waterschappen voerden hun overtollige water af naar het kanaal en van daaruit kon het water via de sluizen naar zee lopen. Om de waterstand beter te beheersen, is in de jaren 40 een spuisluis aan het complex toegevoegd. In 1975 is daar het gemaal naast gebouwd. Het gemaal maakt het mogelijk om ook water af te voeren als de zeewaterstand hoger is dan de kanaalstand. In 2004 is dit gemaal uitgebreid; het heeft nu in totaal zes pompen en is het grootste van Europa.
 
 
 
De diverse sluizen zijn in subpagina's weergegeven.